Neem onderstaande zinnen helemaal over en maak ze af.
Door het opschrijven van de hele zin zul je het beter kunnen onthouden.
Kennen
| 1 |
Een negatief extern effect is een ______________________________ . |
| 2 |
Maatschappelijke kosten zijn kosten ____________________ . |
| 3 |
Het kenmerk van individuele goederen is ____________________ . |
| 4 |
Een voorbeeld van collectieve goederen is __________ . |
| 5 |
Een voorbeeld van semi-collectieve goederen is __________ . |
| 6 |
Collectieve goederen zijn niet-uitsluitbaar, omdat ____________________ . |
| 7 |
We spreken van meeliftersgedrag (free-ridersgedrag) als ____________________ . |
| 8 |
Een dominante strategie betekent dat ____________________ . |
| 9 |
Bij een Nash-evenwicht geldt dat ____________________ . |
| 10 |
Zelfbinding betekent dat ____________________ . |
| 11 |
Verzonken kosten zijn kosten die ____________________ . |
| 12 |
Een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) geldt voor ____________________ . |
| 13 |
Een vakbond vertegenwoordigt de belangen van __________ . |
Kunnen
| 14 |
Je moet kunnen uitleggen wat de gevolgen zijn van het algemeen verbindend verklaren van een CAO.
|
| 15 |
Je moet kunnen uitleggen waarom er bij een investering sprake kan zijn van verzonken kosten.
|
| 16 |
Je moet uit kunnen leggen of er sprake is van een dominante strategie. Stel dat de volgende opbrengstenmatrix gegeven is: Welke speler(s) heeft/hebben een dominante strategie? Verklaar je antwoord. |
| 17 |
Je moet kunnen uitleggen of er in een Nash-evenwicht wel/niet sprake is van een gevangenendilemma. Stel dat de volgende opbrengstenmatrix (omzet in euro’s per maand) gegeven is:
|

