Domeinen Markten en Risico & Informatie 

 

uit een krant, december 2017:

Iedereen die in Nederland woont of werkt, moet een basisverzekering voor zorg – kortweg basispakket – afsluiten. De overheid bepaalt wat onder het basispakket valt en wat niet.
Daarnaast kunnen mensen een aanvullende zorgverzekering afsluiten om kosten te verzekeren die buiten het basispakket vallen, zoals tandzorg, fysiotherapie, hulpmiddelen of alternatieve geneeswijzen. Het basispakket heeft een verplicht eigen risico van minimaal
€ 385 per persoon per jaar. Verzekerden die kiezen voor een vrijwillig verhoogd eigen risico, krijgen korting op de premie.
De gezamenlijke zorgverzekeringsmaatschappijen zien een trend dat verzekerden zich steeds rationeler gedragen:

  • Klanten verzekeren zich alleen nog voor aanvullende zorg waarvan zij (bijna) zeker weten dat zij die gaan gebruiken.
  • Gezonde mensen kiezen steeds vaker voor een verhoogd eigen risico bij het basispakket.

Gebruik het krantenartikel.

1

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst.

– Een aanvullende zorgverzekering is een …(1)… ten opzichte van het basispakket.
– Doordat klanten steeds rationelere keuzes maken bij het afsluiten van een aanvullende zorgverzekering, zal averechtse selectie …(2)….

Kies uit:
bij (1) complementair goed / substitutiegoed / inferieur goed
bij (2) toenemen / afnemen / gelijk blijven

Zoals zo vaak gaat het om begrippenkennis:

Complementair ≈ aanvullend
Substitutie ≈ vervangen
Inferieur ≈ minderwaardig
Rationeel ≈ op basis feiten beredeneerd

Bron 1  marktaandelen1) zorgverzekeringsmaatschappijen als percentage van de 17 miljoen verzekerden (2017)

 

noot 1  op de markt voor basisverzekeringen voor zorg

Gebruik bron 1.

2 Van welke marktvorm is er sprake op de markt voor basisverzekeringen voor zorg? Leg het antwoord uit.

Volkomen concurrentie – veel aanbieders, homogeen product

Monopolistische concurrentie – veel aanbieders, heterogeen product
Oligopolie – enkele aanbieders, homogeen/heterogeen product
Monopolie – 1 aanbieder

Veel/enkele/1 aanbieders gaat over de verdeling van de macht / de invloed op de prijs door de omvang.

Het veranderende klantgedrag kan duiden op een verandering in risicoaversie bij verzekerden (zie bron 2 en bron 3).

Gebruik bron 2 en bron 3.

3 Leg voor elk van de bronnen uit hoe je hieruit een toename ofwel een afname van risico-aversie bij verzekerden kunt afleiden.

Een risico-avers persoon loopt liever geen risico en daarom bereid te betalen om dat risico ‘af te kopen’ met een verzekering.

Bron 2  landelijk percentage van de 17 miljoen verzekerden met een verhoogd eigen risico

 

Bron 3  landelijk percentage van de 17 miljoen verzekerden met een aanvullende zorgverzekering

 

Zorgverzekeraar DSW introduceert voor het jaar 2018 een premiekorting van € 276 per persoon per jaar voor verzekerden die het eigen risico bij het basispakket met € 500 verhogen van € 385 naar € 885. Voorheen hadden alle verzekerden bij DSW alleen het verplichte eigen risico van € 385 per persoon per jaar.

Stel dat 13% van de verzekerden van DSW vrijwillig kiest voor een verhoging van het eigen risico naar € 885. Ga ervan uit dat het aantal verzekerden bij DSW in 2017 en 2018 gelijk is (zie bron 1).

Gebruik de voorgaande tekst en bron 1.

4 Bereken hoeveel minder premie-inkomsten DSW in 2018 ontvangt als gevolg van de verleende premiekorting op het basispakket.

Via het marktaandeel kun je het aantal klanten van DSW berekenen.
Daarmee kun je bepalen hoeveel mensen korting gaan krijgen door de keuze van een verhoogd eigen risico.

5 Leg uit dat er bij de aanvullende zorgverzekeringen als gevolg van het veranderende consumentengedrag eigenlijk geen sprake meer is van verzekeren.

Het idee van een verzekering is dat je (collectief) onzekerheid (langdurig) af koopt met een premie voor die ene keer dat het nodig is.

1

bij (1) complementair goed
bij (2) toenemen

2

oligopolie
Voorbeelden van een juiste uitleg zijn:

  • Vier (grootste) verzekeringsmaatschappijen hebben gezamenlijk bijna (88% van) de gehele markt.
  • Drie bedrijven hebben gezamenlijk drie kwart van de markt.
  • Twee bedrijven hebben ruim de helft van de markt.
3

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Bron 2: er is een afname van risico-aversie. Steeds meer verzekerden kiezen (vrijwillig) voor een verhoogd eigen risico, waaruit af te leiden valt dat verzekerden bereid zijn meer risico te aanvaarden / minder risico-avers zijn / meer risico-zoekend zijn
  • Bron 3: er is een afname van risico-aversie. Verzekerden sluiten minder aanvullende verzekeringen af, waaruit afgeleid kan worden dat mensen vaker zelf het risico van extra zorgkosten dragen (voor wat betreft de kosten die onder de aanvullende zorg vallen)
4

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • DSW heeft een marktaandeel van 3,5%.
    DSW heeft 3,5% van 17 miljoen = 595.000 verzekerden
    13% van 595.000 = 77.350 verzekerden kiezen voor een verhoogd eigen risico
  • afname TO = premiekorting × aantal verzekerden met hoger ER =
    € 276 × 77.350 = € 21.348.600 minder premie-inkomsten
5

Voorbeeld van een juiste uitleg:

  • Verzekerden sluiten alleen een aanvullende zorgverzekering af indien ze verwachten er daadwerkelijk gebruik van te gaan maken
  • Hierdoor is geen / nauwelijks sprake van risicospreiding / onverwachte gebeurtenissen (dus het kenmerk dat alle verzekerden gezamenlijk het risico dragen voor de mogelijke schade van enkelen is niet meer van toepassing)