Het CPI is de maatstaf waarmee we de jaarlijkse inflatie meten.
Het CPI geeft de gemiddelde prijsstijging aan van een pakket goederen en diensten dat door een bepaalde groep mensen gekocht wordt. Deze prijsstijging wordt uitgedrukt ten opzichte van het basisjaar.

Een gewogen gemiddelde

Die gemiddelde prijsstijging wordt uitgerekend op basis van een gewogen gemiddelde.
Zo’n gewogen gemiddelde gebruik je waarschijnlijk regelmatig; namelijk wanneer je uitrekent hoeveel je gemiddeld staat voor een vak op je rapport:

Er zijn drie soorten cijfers: schriftelijke overhoringen (belang/weging: 1x), repetitie’s (belang/weging: 2x), schoolexamens (belang/weging: 4x).
Je haalt de volgende cijfers:
   so:   4; 6; 8
   rep:  6; 7
   se:   7
Wanneer je alles zou uitschrijven zou je het volgende krijgen: Samengesteld gemiddelde

Dat wordt een hele klus aan het eind van het jaar, of wanneer je getallen hebt die 50x mee moeten tellen in het gemiddelde.

Handiger is het gemiddelde als volgt uit te rekenen: Samengesteld gemiddelde

Je berekent nu een gemiddelde door elke waarde (=cijfer) te vermenigvuldigen met hun belang (=wegingsfactor) om vervolgens het totaal te delen door het totaal van de wegingsfactoren.

Het CPI

Het CPI is een samengesteld en gewogen indexcijfer, waarbij de prijsverandering van elke productgroep meetelt afhankelijk van het belang van die productgroep in de uitgaven van iemand.
Prijsveranderingen van belangrijke uitgaven tellen vaker mee in het gemiddelde dan die van minder belangrijke uitgaven.

Het samengesteld gewogen prijsindexcijfer wordt berekend door alle losse indexcijfers van elke groep te vermenigvuldigen met de bijbehorende wegingsfactoren. En daarna al deze uitkomsten op te tellen en te delen door het totaal van de wegingsfactoren:

De wegingsfactoren worden af en toe door middel van een budgetonderzoek opnieuw bepaald. Bij zo’n budgetonderzoek wordt gekeken hoeveel geld een gezin uitgeeft aan de diverse productgroepen. Zo kan worden bepaald hoe vaak een prijsstijgingen mee moet tellen in het gemiddelde.

Voorbeeld van een gemiddeld Nederlands gezin:

categorie
(productgroep)
wegingsfactor
(relatieve belangrijkheid)
index prijsverandering
(indexcijfer)
woning 28 % 104
voeding 24 % 99
ontspanning 17 % 102,5
verzorging 9 % 105
overige 22 % 101

Dat wil zeggen dat een pakket goederen van een gemiddeld gezin in Nederland in het afgelopen jaar (ten opzichte van het basisjaar) 1,98% duurder is geworden.
Dit CPI nemen we als gemiddelde voor heel Nederland, zodat we mogen stellen dat de inflatie in Nederland ongeveer 2% bedroeg.

Natuurlijk heeft elke Nederlander zijn eigen pakket goederen, zodat de zojuist berekende gemiddelde prijsstijging voor weinig mensen precies de juiste is. Daarom wordt tegenwoordig door het CBS voor verschillende belangengroepen een apart CPI berekend op basis van afwijkende wegingsfactoren.
Zo zal bij bejaarden de uitgaven voor gezondheidszorg zwaarder meetellen in het gemiddelde, terwijl bij jongeren de uitgaven voor ontspanning (uitgaan en sport) zwaarder zullen wegen.