Domeinen Risico & Informatie en Welvaart en Groei

 

Voor de economische ontwikkeling van Nederland is het nodig dat jongeren verder studeren. Een studiefinancieringsstelsel bevordert dat het hoger onderwijs voor zo veel mogelijk jongeren toegankelijk is.

1 Leg uit dat het de economische groei in Nederland bevordert als jongeren studeren.

Economische groei is een groei van de productie.
Hoe kan scholing daaraan bijdragen? Denk breed economisch (niet individueel).

Politieke partijen hebben een verschillende kijk op stelsels voor studiefinanciering. Twee politieke partijen doen een voorstel.

  • Partij 1
    wil naar een stelsel met twee vaste beurzen: een beurs voor thuiswonende studenten en een beurs voor uitwonende studenten. Studenten ontvangen deze beurs maximaal 4 jaar. Studenten hoeven de bedragen niet terug te betalen.

  • Partij 2
    wil een stelsel met een studielening met vaste rente en inkomensafhankelijke terugbetalingsvoorwaarden. Studenten ontvangen de lening maximaal 4 jaar. De terugbetaling is in maandelijkse termijnen en is afhankelijk van het inkomen. De terugbetalingstermijn is maximaal 20 jaar, ongeacht of het gehele bedrag dan volledig is afbetaald.

Een econoom, Eelke Sanders, bespreekt de voorstellen van de twee partijen. Eelke Sanders vindt dat de overheid bij het studiestelsel van partij 2 een financieel risico loopt als gevolg van asymmetrische informatie.

2 Leg uit hoe asymmetrische informatie bij het studiestelsel van partij 2 kan leiden tot een financieel risico voor de overheid.

Welke informatie die later voor financiële risico’s voor de overheid kan zorgen heeft de student wel/meer dan de overheid?

3 Leg uit dat de kans op moral hazard bij het stelsel van partij 1 het grootst is. Betrek beide stelsels in je antwoord.

Welk nalatig gedrag zou een student kunnen vertonen?
Hoe kan dat bij voorstel 2 anders zijn dan bij voorstel 1.

Mensen met een afgeronde studie zullen naar verwachting meer verdienen en dus meer inkomstenbelasting betalen dan mensen zonder afgeronde studie. Partij 1 wil aantonen dat het stelsel zichzelf op termijn terugbetaalt, en laat onderzoeken hoe groot het verschil in belastingopbrengsten is tussen mensen met en zonder afgeronde studie.
Een onderzoeksbureau levert gegevens aan met betrekking tot de gemiddelde inkomens en de inkomensheffing bij die inkomens:

categorie gemiddeld belastbaar jaarinkomen1 geschatte gemiddelde belastingheffing geschatte gemiddelde heffingskorting per jaar1
Mensen zonder afgeronde studie € 28.000 37,10% € 5.375
Mensen met afgeronde studie € 50.000 41,50% € 1.900

noot 1  de inflatie blijft buiten beschouwing.

De belastingopbrengsten worden geschat op basis van gemiddelde belastingtarieven en heffingskortingen zoals die in de tabel bij beide inkomens worden vermeld. De verwachting is dat iemand met een afgeronde studie gemiddeld 40 jaar werkt, en dat iemand zonder afgeronde studie gemiddeld 45 jaar werkt.

4 Bereken de extra belastingopbrengsten over het gehele werkzame leven voor een persoon met een afgeronde studie ten opzichte van een persoon zonder afgeronde studie.

Heffingskorting is een belastingbedrag dat iemand niet hoeft te betalen.

Bereken per groep hoeveel belasting iemand jaarlijks betaalt.
Hou rekening met het feit dat iemand die studeert 5 jaar minder werkt.

1
  • Door studeren neemt (het opleidingsniveau en) de arbeidsproductiviteit toe
  • en dit leidt tot een hoger bbp
2

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • (Er is asymmetrische informatie omdat) de overheid beschikt over minder informatie van de studenten met betrekking tot de studiehouding / individuele eigenschappen (die de kans op een goedbetaalde baan beïnvloeden)
  • De overheid loopt een financieel risico omdat studenten die (al wisten dat ze) later een laag inkomen (zouden) hebben een kleiner deel van de lening terugbetalen (dan de overheid verwacht)
3

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Bij het stelsel van partij 1 is de kans op moral hazard relatief groot omdat studenten geld krijgen / geen financieel risico lopen (ongeacht hun gedrag), en daarmee kunnen ze minder hard hun best doen / geld voor andere zaken gebruiken dan studie (terwijl de samenleving / de belastingbetaler daar de kosten van draagt)
  • Bij het stelsel van partij 2 is de kans op moral hazard relatief klein, omdat studenten moeten lenen / financieel risico moeten nemen, dus door het stelsel geprikkeld worden tot gewenst gedrag
4
  • Gemiddeld inkomen met afgeronde studie: € 50.000. De belasting is 41,5% van het gemiddeld inkomen minus de heffingskorting van € 1.900.
    De belastingopbrengsten van deze groep zijn dus € 18.850 per persoon per jaar
  • Gemiddeld inkomen zonder afgeronde studie: € 28.000. De belasting is 37,1% van het gemiddeld inkomen minus de heffingskorting van € 5.375.
    De belastingopbrengsten van deze groep zijn dus € 5.013 per persoon per jaar
  • De totale belastingopbrengsten zijn:
    45 jaar × € 5.013 = € 225.585 per persoon zonder afgeronde studie
    40 jaar × € 18.850 = € 754.000 per persoon met afgeronde studie
    De extra belastingopbrengsten zijn € 754.000 − € 225.585 = € 528.415