De Nederlandse overheid probeert de consumptie van rookwaren, zoals sigaretten, shag en sigaren, te beïnvloeden. Zo mogen jongeren geen rookwaren kopen en bestaat er een reclameverbod. Ook heft de overheid accijnzen, die worden doorberekend en daardoor leiden tot hogere consumentenprijzen voor rookwaren.
Het laatste wapenfeit is de invoering van een rookverbod in de horeca op 1 juli 2008. Het rookverbod in de horeca is een beleidsmaatregel om werknemers een gezonde werkplek te bieden, de consumptie van rookwaren te verminderen en de volksgezondheid te bevorderen. De Minister van Volksgezondheid heeft toegezegd dat het rookverbod een jaar na invoering geëvalueerd zal worden en dat hij van de bevindingen verslag zal doen aan de Tweede Kamer. Om deze maatregel te onderbouwen, heeft de Minister een economisch onderzoeksbureau een kosten-batenanalyse laten opstellen met betrekking tot het rookverbod in de horeca. Enkele conclusies van dit onderzoek zijn in bron 4 weergegeven.
bron 4 kosten-batenanalyse van een rookverbod in de horeca: een selectie van enkele effecten en de bedragen
De leerlingen in een havo 5 klas discussiëren over het overheidsbeleid dat probeert het roken te verminderen. De volgende opmerkingen worden gemaakt:
- Eva: “Als de overheid de accijns op alle rookwaren met een zelfde percentage verhoogt, zal de gevraagde hoeveelheid van een pakje sigaretten sterker afnemen dan die van een pakje shag.”
- Steffie: “Als de consumentenprijzen van rookwaren stijgen, treedt er een substitutie-effect op tussen de vraag naar een pakje sigaretten en de vraag naar een pakje shag.”
- Victor: “De vermindering van de gevraagde hoeveelheid sigaretten als gevolg van het rookverbod in de horeca, kan de overheid óók bereiken door te zorgen dat de prijs van een pakje sigaretten 40% hoger wordt.”
bron 1 gegevens over de vraag naar enkele rookwaren (in de uitgangssituatie)
|
prijs per pakje |
prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid |
pakje sigaretten (25 stuks) |
€ 5,00 |
-0,5 |
pakje shag 50 gram (inclusief vloei) 1) |
€ 4,85 |
-0,23 |
1) uit 50 gram worden gemiddeld 50 sigaretten gemaakt
|
bron 2 vraag en aanbod van pakjes sigaretten
Gebruik bron 1 bij de vragen 1 en 2.
1 |
Geef met behulp van bron 1 een argument voor de bewering van Eva. |
|
Prijselasticiteit geeft aan hoe sterk de vraag reageert op een prijsverandering, waarbij:
%ΔP × Epv = %ΔQv
|
2 |
Leg met behulp van bron 1 de bewering van Steffie uit. |
|
|
Combineer bronnen 1 en 2 bij vraag 3.
3 |
Laat met behulp van een berekening zien dat Victor gelijk heeft. |
|
In bron 2 kun je zien wat er met de evenwichtshoeveelheid gebeurt. De prijselasticiteit is gegeven. En: %ΔP × Epv = %ΔQv
|
De docent economie neemt vervolgens de bewering van Victor als uitgangspunt.
Hij stelt dat deze vermindering van de gevraagde hoeveelheid zal leiden tot een afname van het consumentensurplus. Hij geeft de leerlingen de opdracht deze afname te arceren in een figuur met de vraaglijn uit bron 2.
4 |
Welke leerling (zie bron 3) heeft de opdracht van de docent juist uitgevoerd? Licht de keuze toe. |
|
Arceer voor jezelf op een kladblaadje de situatie vóór en ná. Kijk daarna wat het verschil is. Standaard ziet een consumentensurplus eruit als een driehoek.
|
bron 3 vier leerlingantwoorden voor de afname van het consumentensurplus
Het rookverbod in de horeca houdt veel mensen bezig. Er zijn voordelen en nadelen. Hieronder worden enkele partijen genoemd, die te maken kunnen krijgen met gevolgen van de instelling van het rookverbod:
- de collectieve sector;
- de ziektekostenverzekeraars;
- vakbonden voor horecapersoneel.
Gebruik bron 4.
5 |
Kies de positie van een van deze drie betrokken partijen en beschrijf vanuit dat standpunt een voordeel en een nadeel van het rookverbod in de horeca. Maak in de beschrijving minstens één keer gebruik van bron 4.
Gebruik maximaal 50 woorden.
|
|
Eén steekwoord per partij voor een voordeel en een nadeel. Beoordeel welke je het beste denkt te kunnen uitschrijven.
- Collectieve sector: accijns – economische groei
- Ziektekostenverzekeraars: levensverwachting – gezondheidsschade roken
- Horecapersoneel: omzet – gezondheidsschade
|
1 |
Een antwoord waaruit blijkt dat door deze accijnsverhoging de prijs van rookwaren zal stijgen en dat de prijselasticiteit van de vraag bij een pakje sigaretten groter is dan bij een pakje shag.
|
2 |
Een antwoord waaruit blijkt dat bij prijsstijging sommige rokers die eerst sigaretten uit een pakje kochten, overstappen op de relatief goedkope shag.
|
3 |
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
hoeveelheidsverandering: × 100% = −20%
prijsverandering : = 40%
|
4 |
Eva Uit de toelichting moet blijken dat de prijsverhoging met 40% / van € 5 naar € 7 zal leiden tot een verkleining van de driehoek die het consumentensurplus vormt.
|
5 |
Te denken valt aan de volgende juiste antwoorden:
standpunt
|
voorbeeld van een beschrijving
|
collectieve sector: nadeel
|
Doordat er minder gerookt wordt, nemen de accijnsontvangsten af. Doordat meer mensen langer leven, nemen de uitgaven voor de AOW toe.
|
collectieve sector: voordeel
|
De afname van de gezondheidschade kan de arbeidsproductiviteit in het land verhogen, hetgeen via hogere economische groei kan leiden tot meer belastinginkomsten.
|
ziektekostenverzekeraars: nadeel
|
Door het rookverbod zal de levensverwachting toenemen en komen er meer ouderen die relatief hogere zorgkosten kennen, waardoor kosten voor de verzekeraar toenemen.
|
ziektekostenverzekeraars: voordeel
|
Door het rookverbod zal er minder gerookt worden en dus minder gezondheidsschade optreden en dat verlaagt kosten voor de verzekeraars.
|
vakbonden voor horecapersoneel: nadeel
|
Het rookverbod kan leiden tot minder omzet in de horeca en daardoor tot verlies aan werkgelegenheid. Onze leden raken werkloos.
|
vakbonden voor horecapersoneel: voordeel
|
Het rookverbod zal tot minder gezondheidsschade onder het personeel leiden en vormt dus een verbetering van de arbeidsomstandigheden en vermindering van de productie-uitval.
|
Opmerking: voor een volledig juist antwoord moet in elk geval voor één van de drie betrokken partijen een voordeel én een nadeel uitgewerkt zijn, waarbij ook gebruik gemaakt is van bron 4. Als geen gebruik gemaakt is van bron 4 maximaal twee punten. |
Paul Bloemers (H)2016-12-15T14:54:29+02:00
Page load link