Domeinen Markten en Risico & Informatie 

 

Schadeverzekeringen hebben hun oorsprong in de scheepvaart. De Romeinen dreven handel met verre gebieden, waardoor er extra risico was van schade, bijvoorbeeld door zeerovers. Daarom werd de transportprijs verhoogd met een risico-opslag.
Tegenwoordig is er een aparte verzekeringsmarkt waar schaderisico’s worden ondergebracht bij schadeverzekeraars.

1 Zijn transport en schadeverzekeringen substitutiediensten of complementaire diensten? Licht je keuze toe.

Substitueren = vervangen
Complementair = aanvullend

2 Leg uit dat de markt van schadeverzekeringen een bijdrage levert aan het bruto binnenlands product.

Er zijn 3 manieren om het bbp te meten.
Kun je via één van deze methodes aantonen dat de markt voor schadeverzekeringen bijdraagt aan het bbp?

3

Maak de onderstaande redenering economisch correct.

  • Verzekeraars kennen de persoonlijke risico’s van hun klanten minder goed dan de klanten die zelf kennen, oftewel, de verzekeraars hebben te maken met …(1)…. Een gevolg daarvan is dat de verzekeraars worden geconfronteerd met twee economische verschijnselen.
  • Het eerste is…(2)…, wat betekent dat alleen consumenten die verwachten dat het schadebedrag minimaal gelijk is aan de te betalen premie zich laten verzekeren.
  • Het tweede is …(3)… wat betekent dat verzekerde consumenten roekelozer met hun bezittingen omgaan.
  • Beide verschijnselen kunnen tot gevolg hebben dat het …(4)… schadebedrag hoger is dan het …(5)…schadebedrag op basis waarvan de premie tot stand is gekomen. Verzekeraars dekken zich tegen deze twee economische verschijnselen in via een premieopslag.

Kies uit:
bij (1) asymmetrische informatie / eigen risico / zelfbinding
bij (2) averechtse selectie / moral hazard
bij (3) averechtse selectie / moral hazard
bij (4) verwachte / werkelijke
bij (5) verwachte / werkelijke

Zoek de betekenis van de begrippen eventueel op.
Als je een keuze heb gemaakt, lees dan nog een keer de hele zin/tekst ter controle.

Een econoom heeft onderzoek gedaan naar de vraag naar schadepolissen en presenteert de bevindingen in een schema (zie bron 1).

Bron 1  factoren die de collectieve vraag naar schadepolissen beïnvloeden

Toelichting: Elke pijl staat voor een oorzaak-gevolgverband.
Een – staat voor een negatief verband en een + voor een positief verband.

Gebruik bron 1, pijl 4.

4 Heeft risicoaversie van consumenten een positief of een negatief effect op de vraag naar schadepolissen? Leg je keuze uit.

Een risico-avers persoon wil zo min mogelijk risico nemen.

Gebruik bron 1, pijl 2 en onderstaande grafieken

5

Welke grafiek geeft de vraagverandering bij een toename van de kans op schade juist weer? Leg je keuze uit.

Volgens de pijl is er rechtstreeks een positief verband tussen kans op schade en vraag naar polissen.

In zijn rapport geeft de econoom de volgende redenering bij pijl 3 van bron 1.

“Om winst te maximaliseren zou je verwachten dat verzekeraars de schadelast (uit te keren schade per gebeurtenis) proberen te minimaliseren. Toch kan een hogere schadelast zelfs tot hogere winst leiden, en dat komt door het zogenaamde ‘schadelasteffect’. Een voorbeeld: Als consumenten weten dat autoruitschade gemiddeld 200 euro kost, dan zal de vraag naar ruitschadeverzekeringen relatief laag zijn.

  • Stel nu dat de reparaties zo veel duurder zijn geworden dat de schadelast 700 euro bedraagt. Door een toename van de schadelast nemen de marginale kosten van verzekeringspolissen …(1)…, verschuift de aanbodlijn van de polis …(2)…, en zal de verzekeraar de premie …(3)… .
  • Door een verschuiving …(4)…de vraaglijn zal het aantal afgesloten polissen …(5)….
  • Maar door het verhoogde risico voor de consument (het schadelasteffect) verschuift de vraaglijn van deze verzekeringspolis …(6)…. Dit schadelasteffect draagt bij aan een …(7)… verband tussen de schadelast en het aantal afgesloten polissen. Daardoor kan uiteindelijk de winst zelfs toenemen.”

Gebruik bron 1, pijl 3.

6

Maak van de redenering van de econoom een economisch juiste tekst.

Kies uit:
bij (1) af / toe
bij (2) naar links / naar rechts / niet
bij (3) verlagen / verhogen
bij (4) langs / van 
bij (5) afnemen / toenemen
bij (6) naar links / naar rechts / niet
bij (7) negatief / positief

Premie wordt bepaald op basis van de kosten voor de verzekering.

Maak eventueel een schets op een kladblaadje van de verandering(en).

1

Complementaire diensten, want de diensten vullen elkaar aan / ze horen bij elkaar (de schadeverzekering dekt het risico van schade tijdens transport).

2

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Het bbp is de totale toegevoegde waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten, en
  • er wordt omzet/waarde gegenereerd met de geleverde diensten (van zekerheid, van risicodekking)

of

  • Het bbp is het totaal aan beloningen die de productiefactoren ontvangen plus de afschrijvingen, en
  • met schadeverzekeringen wordt inkomen verdiend (loon, winst)

of

  • Het bbp is gelijk aan de finale bestedingen, en
  • uitgaven aan schadeverzekeringen (door consumenten) zijn onderdeel van deze finale bestedingen
3
  • bij (1): asymmetrische informatie
    bij (2): averechtse selectie
    bij (3): moral hazard
  • bij (4): werkelijke
    bij (5): verwachte
4

positief effect

Een voorbeeld van een juiste uitleg is:

  • Risicoaversie betekent dat consumenten risico willen vermijden, (en zich met een verzekeringspolis indekken tegen schade), en
  • dit betekent dat een risico-averse consument bij elke premie vaker/meer/hogere verzekeringen wil afsluiten (oftewel de vraag naar polissen doet toenemen) 1

Opmerking: de cursief gedrukte aspecten moeten genoemd of verwoord zijn voor toekenning van scorepunten.

5

grafiek 1

voorbeeld van een juiste toelichting:
(de vraaglijn verschuift naar rechts) omdat (uit het positieve verband van pijl 2 in bron 1 blijkt dat) de consumenten een grotere behoefte aan polissen hebben door een factor anders dan de prijs (te weten toename van de kans op schade)

6
  • bij (1) toe
    bij (2) naar links
    bij (3) verhogen
  • bij (4) langs
    bij (5) afnemen
  • bij (6) naar rechts
    bij (7) positief