- Voor een ondernemer op een markt van volkomen concurrentie (waar de prijs een vast gegeven is) zal de MO altijd gelijk zijn aan de (evenwichts)prijs.
Elk product dat de ondernemer extra kan verkopen levert steeds hetzelfde bedrag op: de prijs. - Voor een monopolist geldt dat een aanpassing van de prijs de productieomvang beïnvloedt. Daardoor zijn prijs en marginale opbrengst niet meer aan elkaar gelijk.
Bij volkomen concurrentie
In de voorbeeldgrafiek bedraagt de evenwichtsprijs € 15.
Dat is dus de (gegeven) prijs voor een individuele ondernemer. Hij is een té klein onderdeel van het geheel om invloed op de prijs te kunnen hebben.
Wanneer de ondernemer een extra product verkoopt neemt zijn opbrengst dus steeds met € 15 toe: MO = 15
Die stijging van de opbrengst met € 15 per product kunnen we ook zien in de TO.
TO = 15q
Bij volkomen concurrentie geldt: MO = prijs
Bij een monopolist
Een monopolist is de enige aanbieder van het product. Daarom is de totale vraag naar het product gelijk aan zijn afzet. Als voor een prijs van € 4 de totale vraag naar het product 2 (mln stuks) is, zal dat ook de afzet voor de monopolist zijn.

bijvoorbeeld: Qv = -2P + 10
Bij een prijs van € 5 wil niemand het product kopen.
Bij een prijs van € 4 wordt het product 2× gekocht → de omzet is dan € 8
Bij een prijs van € 3 wordt het product 4× gekocht → de omzet is dan € 12
Bij een prijs van € 2 wordt het product 6× gekocht → de omzet is dan € 12
Bij een prijs van € 1 wordt het product 8× gekocht → de omzet is dan € 8
Voor een monopolist geldt dat zijn omzet eerst stijgt als hij meer producten wil verkopen door zijn prijs te verlagen.
Als hij echter door gaat met het verlagen van de prijs om meer te verkopen, gaat zijn opbrengst vanaf een bepaald punt omlaag.
Dat komt doordat hij wel een product méér verkoopt, maar alle andere producten óók in prijs moet verlagen.
We kunnen dit laten zien met de volgende grafiek:
De marginale opbrengst is het bedrag waarmee de totale opbrengst van het bedrijf verandert als het bedrijf één extra product produceert.
Voor een monopolist zien we dat de TO eerst hard stijgt, maar steeds minder stijgt. Dat wil zeggen dat MO eerst hoog is, maar steeds minder wordt.
Halverwege de parabool (TO) zien we zelfs dat de omzet begint te dalen: eerst langzaam, maar steeds sneller. Dat wil zeggen dat MO negatief wordt. Eerst een beetje, maar steeds meer.

Je kunt de MO-lijn altijd tekenen door hem 2× zo snel te laten dalen als de GO-lijn.
Het snijpunt van MO met de q-as ligt altijd halverwege het snijpunt van GO met de q-as.
Zoals we in dit geval zien: GO snijdt de as met 10 → MO snijdt de as bij 5.