Herexamen 2016 – Is participeren te stimuleren?

Herexamen 2016 – Is participeren te stimuleren?

Uit een onderzoeksrapport naar het Nederlands emancipatiebeleid (2014):

Het emancipatiebeleid van de Nederlandse overheid was in de periode 2001-2012 gericht op het verhogen van deelname van vrouwen aan betaalde arbeid. Vooral in de levensfase dat vrouwen kinderen krijgen, bleek de arbeidsdeelname sterk af te nemen. Het gevolg was dat een groot deel van de moeders volgens de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) niet economisch zelfstandig was.

Diana is 38 jaar, gescheiden en heeft een baan waarmee ze bruto € 500 per maand verdient. Daarnaast verhuurt ze een kamer aan een student voor € 300 per maand. Haar voormalige echtgenoot betaalt haar € 350 alimentatie per maand.

Bron 1  – definities van het CBS

Economisch zelfstandig:
de situatie waarbij het persoonlijk brutoinkomen uit primaire inkomensbronnen hoger is dan 70% van het nettominimumloon.

Alimentatie:
financiële bijdrage van een gescheiden persoon aan het levensonderhoud van zijn/haar kind(eren) en/of aan dat van de ex-partner.

Arbeidsdeelname:
deel van de bevolking dat deelneemt aan betaalde arbeid.

Bron 2  – minimumloon in 2014

De hoogte van het minimumloon hangt tot een leeftijd van 23 jaar af van de leeftijd.

Leeftijd Bruto per jaar Netto per jaar
23 jaar en ouder € 17.827,20 € 15.567,96
22 jaar € 15.153,00 € 13.325,04
21 jaar € 12.924,60 € 11.452,56
20 jaar € 10.963,80 € 9.803,76
19 jaar € 9.359,40 € 8.458,44
18 jaar € 8.111,40 € 7.437,36
17 jaar € 7.041,60 € 6.738,60
16 jaar € 6.150,60 € 6.150,60
15 jaar € 5.348,40 € 5.348,40
* Bij een volledige werkweek, op basis van 12 maanden

Gebruik bron 1 en 2.

1 Bepaal met een berekening of Diana volgens de definitie van het CBS economisch zelfstandig is of niet.

Bekijk in bron 1 de definitie van ‘economisch zelfstandig’.

Bereken op basis van bron 2 de norm en vergelijk dat met haar inkomen.

Een conclusie uit het rapport:

Met name moeders met een middelbaar onderwijsniveau hebben profijt gehad van het overheidsbeleid in de periode 2001-2012 om de arbeidsdeelname van moeders te verhogen.

Bron 3  –  arbeidsdeelname van moeders naar onderwijsniveau 2001-2012

arbeidsdeelname
2 Noem een overheidsmaatregel waardoor de arbeidsdeelname van moeders kan toenemen.

Waarom zouden vrouwen werken? De conclusie van het rapport geeft ook een hint.
Hoe zou de overheid daar iets aan kunnen doen?

Gebruik bron 3.

3 Onderbouw de bovenstaande conclusie uit het rapport met behulp van een berekening voor elke groep.

Het gaat om de RELATIEVE (procentuele) toename van de arbeidsdeelname.

Formule procentuele verandering

Onderbouw de bovenstaande conclusie uit het rapport met behulp van een berekening voor elke groep.

Veel hoogopgeleide vrouwen stromen niet door naar de top van het bedrijfsleven. De gedragscode ‘Vrouwen naar de Top’ kan gezien worden als een vorm van zelfbinding van de ondertekenende bedrijven, vooral als deze hun deelname en de stand van zaken ten aanzien van het gestelde doel publiceren in hun jaarverslag en op hun website.

Bron 4  –  gedragscode ‘Vrouwen naar de Top’, opgesteld door het bedrijfsleven

In de gedragscode ‘Vrouwen naar de Top’ staat dat de ondertekenaars van deze code ernaar streven binnen vijf jaar minstens 30% van de topfuncties in hun bedrijf te laten vervullen door vrouwen.

Gebruik bron 4.

4 Leg uit dat vooral door de publicatie in het jaarverslag en op de website de ondertekening van de gedragscode ´Vrouwen aan de top´ kan werken als een vorm van zelfbinding.

Zelfbinding betekent in dit geval dat bedrijven vrijwillig meer vrouwen in hogere functies willen gaan benoemen.

Waarom heeft het publiceren van de werkelijke gegevens invloed op die belofte?

1

Een voorbeeld van een juiste berekening:

  • € 15.567,96 per jaar → € 1.237,33 per maand.
    70% van € 1.237,33 = € 908,13
  • Het bruto-inkomen van Diana uit primaire inkomensbronnen is € 500 + € 300 = € 800 per maand en dit is minder dan € 908,13.
    Daarmee is Diana volgens de definitie niet economisch zelfstandig.
2

Voorbeelden van een juist antwoord is:

  • Subsidiëren van kinderopvang.
  • Positieve discriminatie bij overheidsfuncties.
3

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

stijging arbeidsdeelname moeders met middelbaar onderwijsniveau:

 × 100% = 21,0%

stijging arbeidsdeelname moeders met laag onderwijsniveau:

 × 100% = 19,4%

stijging arbeidsdeelname moeders met hoog onderwijsniveau:

 × 100% = 14,0%

⇒ De stijging van de arbeidsdeelname is daarmee het hoogst onder moeders met een middelbaar onderwijsniveau.

4

Als de ondertekenaars de code (en jaarlijks de stand van zaken t.a.v. het gestelde doel) publiceren op hun website / in hun jaarverslag zijn zij zich bewust dat dit zal leiden tot reputatieschade als zij zich niet aan de afgesproken verplichting zouden houden.

2018-09-27T15:57:08+00:00